21 nov. 2025
Nul uit de pijp bij afvalenergiecentrale HVC en rioolwaterzuivering Hollandse Delta
Aan het college van burgemeester en wethouders,
De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over de aanhoudende PFAS-vervuiling in onze leefomgeving. De aanwezigheid van deze 'forever chemicals' vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de natuur. En hoewel iedereen naar Chemours kijkt als het om PFAS gaat, kunnen de buren van Chemours er ook wat van: de rioolwaterzuivering van waterschap Hollandse Delta en de afvalenergiecentrale van HVC.
De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI):
De RWZI verwerkt naast huishoudelijk ook industrieel afvalwater, waaronder het PFAS-rijke drainagewater van de voormalige stortplaats van HVC en het afvalwater van Chemours. Onderzoek van STOWA toont aan dat PFAS in de RWZI niet of nauwelijks worden verwijderd; sterker nog, de concentraties meetbare PFAS die de RWZI verlaten zijn vaak hoger dan de binnenkomende concentraties!
De vermoedelijke oorzaak is een omzetting van PFAS-precursors in het binnenkomende afvalwater naar stabiele, meetbare PFAS-soorten, die op het oppervlaktewater worden geloosd. Op deze manier draagt de RWZI aanzienlijk bij aan PFAS in ons milieu.
STOWA constateert dan ook het volgende: “Zonder emissiereductie van PFAS-precursors is verdere emissiereductie van stabiele PFAS in het milieu lastig. Nader onderzoek om meer inzicht te krijgen in de aard, omvang en bronnen van PFAS-precursors is dan ook wenselijk. [...] In toekomstige meetcampagnes wordt daarnaast aanbevolen de TOP-analyse in te zetten om meer zicht te krijgen op de precursors. Deze analyse geeft een maat voor de totale hoeveelheid precursors, zonder dat precies bekend is welke dit zijn.”
De afvalverbrandingsinstallatie (AVI):
Op de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) van HVC worden onder meer aanzienlijke hoeveelheden synthetische materialen verbrand, die fluorpolymeren en per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) bevatten. Ook zuiveringsslib, dat in de AVI wordt verbrand, kan PFAS bevatten.
De verwachting is dat verbranding van ongevaarlijk afval bij de wettelijk vereiste minimumtemperatuur van 850 °C gedurende ten minste twee seconden de meeste PFAS afbreekt. Toch is er weinig bekend over de mate waarin AVI’s PFAS uitstoten via hun rookgassen.
Het RIVM sluit niet uit dat er nog PFAS in de gereinigde rookgassen aanwezig kunnen zijn. Dit betreft dan met name thermisch zeer stabiele perfluorkoolstoffen (PFC’s), die tot overmaat van ramp ook nog sterke broeikasgassen zijn. Ook die komen in ons milieu terecht.
Uit aanbestedingsgegevens blijkt dat HVC werkt aan plannen voor een CO2-afvanginstallatie bij de AVI. Hoewel het doel lijkt te zijn om de CO2 op te slaan in lege gasvelden in de Noordzee, kan gewonnen CO2 ook gebruikt worden als groeiverbeteraar in de glastuinbouw. PFAS in de afgevangen CO2 kan hierbij een gezondheids- en milieurisico vormen.
Vandaar ook dat het RIVM aandringt op metingen van PFAS in zowel afgevangen CO2 als gereinigd rookgas. De vraag is in hoeverre dit in Dordrecht gebeurt.
Overeenkomstig art. 40 van het Reglement van orde stelt het raadslid Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:
Vragen over de rioolwaterzuiveringsinstallatie op basis van het rapport “PFAS in influent, effluent en zuiveringsslib. Resultaten van een meetcampagne op acht rwzi's” (STOWA, 2021):
- Is het college ermee bekend dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van waterschap Hollandse Delta meer meetbare PFAS loost in het oppervlaktewater dan er via afvalwater de RWZI binnenkomt?
- Zo ja, zijn de oorzaken van deze toename - waaronder de omzetting van precursors - bekend bij het college? Welke oorzaken zijn bekend?
- Worden de PFAS-concentraties van zowel het influent als het effluent van de RWZI doorlopend gemeten? Zo nee, waarom niet?
- Wordt er een vervolg gegeven aan de aanbeveling van STOWA om onderzoek te doen naar de aard, omvang en bronnen van PFAS-precursors? Zo ja, wordt de TOP-analyse dan ook ingezet om meer inzicht te krijgen in de precursors? Zo nee, waarom niet?
- Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de lozing van PFAS-vervuild water in het oppervlaktewater vanuit de RWZI zorgelijk is? Zo nee, waarom niet?
- Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij de RWZI?
- Welke maatregelen is het college bereid te nemen, in samenwerking met het waterschap, om zorg te dragen voor ‘nul uit de pijp’ bij de RWZI?
Vragen over de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) op basis van het rapport “Per- and polyfluorinated substances in waste incinerator flue gases” (RIVM, 2021):
- Is het college ermee bekend dat de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) van HVC een onbekende hoeveelheid PFAS in het milieu brengt via rookgassen?
- Is het college ermee bekend dat de AVI van HVC mogelijk bijdraagt aan de vorming van thermisch stabiele, krachtige broeikasgassen, zoals perfluorkoolstoffen (PFC’s) en die de atmosfeer in blaast?
- Worden de PFAS-concentraties van het rookgas dat door HVC wordt uitgestoten doorlopend gemeten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, worden hier technieken voor gebruikt die in staat zijn het gehele spectrum aan relevante PFAS te detecteren?
- Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de uitstoot van PFAS-vervuild rookgas in het milieu zorgelijk is? Zo nee, waarom niet?
- Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij de AVI?
- Zijn de huidige milieuvergunningen van HVC, zowel voor de afvalverbrandingscentrale als de stortplaats, up-to-date en bevatten deze specifieke, meetbare eisen voor PFAS-uitstoot?
- Zet het college in zijn rol als aandeelhouder van HVC in op een AVI die dusdanig is ingericht dat PFAS volledig worden afgebroken en geen krachtige broeikasgassen worden gevormd? Zo nee, waarom niet en is het college bereid zijn aandeelhoudersrol hiertoe in te zetten?
- Welke maatregelen is het college bereid te nemen, in samenwerking met HVC, om zorg te dragen voor ‘nul uit de pijp’ bij de AVI?
Vragen over CO2-opslag op basis van de aanbesteding “Vergunningsaanvraag CO2 afvang HVC Dordrecht” door de N.V. HVC (TenderApp, 2025):
- Is het college bekend met de ambitie van HVC om een CO2-afvanginstallatie te realiseren bij haar AVI?
- Vindt het college de afvang en opslag van CO2 een goede manier om te werken aan een klimaatneutrale gemeente? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
- Welke risico’s ziet het college in de afvang en opslag van CO2? Op welke manier weegt het college deze risico’s mee in zijn oordeel over deze maatregel?
- Heeft het college een formele rol in de vergunningverlening van de door HVC beoogde CO2-afvanginstallatie? Zo ja, welke? Ziet het college hier mogelijk strijdige belangen met de rol van het college als aandeelhouder van HVC?
- Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij afgevangen CO2 uit de AVI?
- Voor welke toepassingen zal de CO2 worden gebruikt? Wordt deze bijvoorbeeld ingezet in de tuinbouw?
- Welke zuiveringstechnieken worden ingezet om te garanderen dat de afgevangen CO2 vrij is van PFAS?
- Waar blijft de PFAS na zuivering van de afgevangen CO2?
- Op welke manier wordt gemeten of geborgd dat dit inderdaad wordt behaald? Zijn de gebruikte technieken in staat om het gehele spectrum aan relevante PFAS te detecteren? Aan welke eisen moet de gewonnen CO2 hierbij voldoen?
Met vriendelijke groet,
Pieter Groenewege
Partij voor de Dieren
Geachte heer Groenewege,
Bij brief van 25 november 2025, ingekomen op 25 november 2025, heeft u op grond van artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad namens de fractie Partij voor de Dieren vierentwintig vragen gesteld inzake Nul uit de pijp afvalenergiecentrale HVC en rioolwaterzuivering Hollandse Delta.
Wij beantwoorden uw vragen hieronder. Omdat de Provincie Zuid-Holland, namens deze de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, bevoegd gezag is voor HVC, is de beantwoording in overleg met hen opgesteld. Voor de vragen met betrekking tot het Waterschap Hollandse Delta is contact gelegd met het waterschap voor nadere duiding en toelichting.
Vraag 1. Is het college ermee bekend dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van waterschap Hollandse Delta meer meetbare PFAS loost in het oppervlaktewater dan er via afvalwater de RWZI binnenkomt?
Antwoord Ja. Het college is hiermee bekend. Voor de beantwoording heeft het college – zoals aangegeven - contact opgenomen met het Waterschap Hollandse Delta voor een nadere duiding en toelichting.
In de onderstaande figuur zijn de gemeten concentraties PFAS in het influent (binnenkomend rioolwater) en het effluent (gezuiverd rioolwater) van de rioolwaterzuiveringsinstallaties Dordrecht en Bath weergegeven. Hieruit blijkt dat op beide locaties in het effluent hogere PFAS-concentraties worden gemeten dan in het influent. De figuur is afkomstig uit het rapport “PFAS in influent, effluent en zuiveringsslib: resultaten van een meetcampagne bij 8 rwzi’s” (STOWA, 2021).
Vraag 2. Zo ja, zijn de oorzaken van deze toename - waaronder de omzetting van precursors - bekend bij het college? Welke oorzaken zijn bekend?
Antwoord Het college is niet bekend met de specifieke oorzaken van deze toename. Wel is uit onderzoeken van STOWA en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend dat een toename van PFAS-concentraties in het effluent mede kan worden veroorzaakt door de omzetting van PFAS-precursors (voorlopers) tijdens het zuiveringsproces. Hierbij worden instabiele PFAS-precursors op rioolwaterzuiveringsinstallaties deels omgezet in stabiele, moeilijk afbreekbare PFAS, wat kan leiden tot hogere concentraties in het effluent Naar deze omzetting wordt momenteel vervolgonderzoek verricht door de waterschappen, onder andere bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Lelystad: Onderzoek naar bronnen van PFAS-precursors in het influent | STOWA.
Vraag 3. Worden de PFAS-concentraties van zowel het influent als het effluent van de RWZI doorlopend gemeten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord De PFAS-concentraties worden door het waterschap intensief gemonitord bij rwzi Dordrecht.
Vraag 4. Wordt er een vervolg gegeven aan de aanbeveling van STOWA om onderzoek te doen naar de aard, omvang en bronnen van PFAS-precursors? Zo ja, wordt de TOP-analyse dan ook ingezet om meer inzicht te krijgen in de precursors? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Ja, zie hiervoor de beantwoording van vraag 2.
Vraag 5. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de lozing van PFAS-vervuild water in het oppervlaktewater vanuit de RWZI zorgelijk is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Het college is van mening dat PFAS niet thuishoren in onze leefomgeving. Het is dan ook zorgelijk dat PFAS, ook via lozingen vanuit rioolwaterzuiveringsinstallaties, in het oppervlaktewater terechtkomen, ongeacht het feit dat de RWZI zelf geen bron is van deze stoffen.
Vraag 6. Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij de RWZI?
Antwoord Het college is voorstander van het streven naar nul PFAS-uitstoot of -lozing in de leefomgeving. Daarbij wordt onderkend dat rioolwaterzuiveringsinstallaties geen bron zijn van PFAS, maar een schakel in de waterketen waarin met PFAS verontreinigd afvalwater vanuit uiteenlopende bronnen wordt aangevoerd. De gemeente zet, evenals het waterschap en de Unie van Waterschappen (UvW), in op een aanpak bij de bron. Het waterschap onderschrijft dat louter zuiveren niet de (duurzame) oplossing is voor het probleem.
Vraag 7. Welke maatregelen is het college bereid te nemen, in samenwerking met het waterschap, om zorg te dragen voor ‘nul uit de pijp’ bij de RWZI?
Antwoord Het college onderschrijft het belang van het zoveel mogelijk beperken van PFAS-emissies en -lozingen, ook vanuit rioolwaterzuiveringsinstallaties. In samenwerking met het Waterschap Hollandse Delta ondersteunt het college de ontwikkeling en beproeving van nieuwe zuiveringstechnieken. Het waterschap heeft hiertoe een proefzuivering in werking gesteld waarmee, naast medicijnresten, ook PFAS gedeeltelijk uit het afvalwater worden verwijderd.
De eerste resultaten laten een aanzienlijke reductie zien, maar ‘nul uit de pijp’ is met de huidige stand van de techniek nog niet haalbaar. Opschaling naar het niveau van een volledige RWZI is op dit moment technisch en financieel niet realistisch. Het college is bereid de verdere inzet van het waterschap te ondersteunen en volgt de onderzoeksresultaten om te bezien welke aanvullende maatregelen in de toekomst mogelijk en wenselijk zijn.
Vraag 8. Is het college ermee bekend dat de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) van HVC een onbekende hoeveelheid PFAS in het milieu brengt via rookgassen?
Antwoord Ja, het college is ermee bekend dat de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) van HVC PFAS kan uitstoten via rookgassen. Voor nadere informatie heeft het college contact opgenomen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) voor toelichting en aanvullende informatie.
Aanvullend merken wij op dat er voor de emissie van zeer zorgwekkende stoffen zoals PFAS naar de lucht algemene rijksregels gelden, die voorschrijven dat deze emissies moeten worden geminimaliseerd en gerapporteerd. Deze regels zijn rechtstreeks werkend en hoeven om die reden niet in een milieuvergunning te worden opgenomen. Een rapport met representatieve PFAS-metingen is door HVC ingediend bij de OZHZ.
Vraag 9. Is het college ermee bekend dat de AVI van HVC mogelijk bijdraagt aan de vorming van thermisch stabiele, krachtige broeikasgassen, zoals perfluorkoolstoffen (PFC’s) en die de atmosfeer in blaast?
Antwoord Ja, het college is bekend met het RIVM-onderzoek uit 2021 waaruit blijkt dat bij afvalverbranding, ondanks afbraak en rookgasreiniging, mogelijk een specifieke groep thermisch stabiele PFAS-verbindingen kan worden gevormd die als krachtige broeikasgassen bijdragen aan klimaatverandering. Dit betreft een algemeen vastgesteld risico bij afvalverbrandingsinstallaties en is niet specifiek vastgesteld voor de AVI van HVC.
Vraag 10. Worden de PFAS-concentraties van het rookgas dat door HVC wordt uitgestoten doorlopend gemeten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, worden hier technieken voor gebruikt die in staat zijn het gehele spectrum aan relevante PFAS te detecteren?
Antwoord Nee, de PFAS-concentraties in het rookgas dat door HVC wordt uitgestoten, worden niet doorlopend gemeten maar periodiek. De geldende milieuregelgeving bevat geen verplichting tot continue meting van PFAS in rookgassen.
Daarnaast is er op dit moment geen algemeen toepasbare en genormeerde meettechniek beschikbaar die het volledige spectrum aan relevante PFAS-verbindingen in rookgassen kan detecteren. Om die reden wordt bij metingen uitgegaan van een selectie van representatieve PFAS-verbindingen, die worden gebruikt als indicator voor de aanwezigheid en omvang van PFAS-emissies.
Vraag 11. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de uitstoot van PFAS-vervuild rookgas in het milieu zorgelijk is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Het college is van mening dat elke vorm van PFAS-vervuiling in de leefomgeving ongewenst is. Daarom zet het college actief in op het terugdringen en uiteindelijk voorkomen van PFAS in de leefomgeving. Dit uitgangspunt ligt ten grondslag aan het streven naar “nul uit de pijp” en de inzet voor een nationaal PFAS-verbod.
Vraag 12. Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij de AVI?
Antwoord Het college is voorstander van nul PFAS uitstoot of lozing in de leefomgeving in welke vorm dan ook, dus ook van het afvalverbrandingsinstallatie. Echter is de praktische haalbaarheid hiervan complex. De Omgevingsdienst heeft ons geïnformeerd en bevestigd dat de installatie van HVC voldoet aan de Beste Bestaande Techniek (BBT). Dat wil zeggen dat redelijkerwijs de beste technieken zijn geïnstalleerd om uitstoot te minimaliseren. Bij de uitgevoerde PFAS-metingen blijven de gerapporteerde concentraties over het algemeen onder de detectiegrens (technisch gezien "0”). In een enkel geval is PFAS net boven de detectiegrens gemeten. Er is dus geen sprake van “nul uit de pijp” maar de gemeten concentraties zijn zeer laag.
Vraag 13. Zijn de huidige milieuvergunningen van HVC, zowel voor de afvalverbrandingscentrale als de stortplaats, up-to-date en bevatten deze specifieke, meetbare eisen voor PFAS-uitstoot?
Antwoord HVC AEC
Zoals vermeld in de duiding bij vraag 8 is de milieuvergunning van de HVC AEC (afvalenergiecentrale) geactualiseerd in 2020. De vergunning is toen geactualiseerd op het thema zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Sindsdien zijn er ontwikkelingen geweest. Zo is de Omgevingswet sinds 1 januari 2024 in werking getreden, met aangepaste en aanvullende regelgeving over ZZS. Verder geldt sinds eind 2024 dat alle PFAS-verbindingen in Nederland aangewezen zijn als ZZS.
De milieuvergunning van HVC AEC wordt jaarlijks getoetst op actualiteit. Als hieruit blijkt dat er reden is om de vergunning te actualiseren, wordt een actualisatie ingepland. De vergunning is actueel voor wat betreft de emissie van PFAS naar de lucht. De ZZS-regelgeving is direct werkend vanuit de algemene rijksregels (Besluit activiteiten leefomgeving) en wordt daarom niet in de vergunning gereguleerd.
De volgende verplichtingen gelden vanuit de algemene rijksregels voor HVC AEC omtrent ZZS:
- een minimalisatieplicht vanuit de specifieke zorgplichtbepaling;
- het 5-jaarlijks informeren van het bevoegd gezag over de mate waarin ZZS in de lucht of het water worden geëmitteerd en de mogelijkheden om de emissies van ZZS in de lucht of het water te voorkomen of, als dat niet mogelijk is,
zoveel mogelijk te beperken;
- het opstellen van een vermijdings- en reductieprogramma, waarin mogelijkheden en technieken zijn uitgewerkt om emissie van ZZS te voorkomen of beperken.
De algemene ZZS wet- regelgeving geeft OZHZ voldoende handvatten om informatie te verkrijgen over de emissie van PFAS en de mogelijkheden voor HVC om de emissies te vermijden of te minimaliseren.
Stortplaats
Wij gaan ervan uit dat de stortplaats Crayestein-West in beheer bij HVC wordt bedoeld. Dit is een gesloten stortplaats in voorbereiding op de uiteindelijke nazorgfase door de provincie Zuid-Holland. Bij deze gesloten en aan de bovenzijde afgedekte stortplaats is geen sprake van emissies naar de lucht.
Aanvullend merken wij op dat bij de stortplaats sinds enkele jaren het onttrekkingswater wordt gezuiverd met actief kool om het zoveel mogelijk te ontdoen van PFOA. In de lozingsvergunning wordt daarbij uitgegaan van het maximale dat redelijkerwijs aan investeringen kan worden verlangd op basis van de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Dit resulteert in een resterende lozing van circa 1,1 kg PFOA per jaar. Momenteel wordt een onderzoek voorbereid dat is gericht op verbetering van het geohydrologisch beheer van de stortplaats, met als doel deze lozing verder te verminderen en waar mogelijk volledig te beëindigen.
Vraag 14. Zet het college in zijn rol als aandeelhouder van HVC in op een AVI die dusdanig is ingericht dat PFAS volledig worden afgebroken en geen krachtige broeikasgassen worden gevormd? Zo nee, waarom niet en is het college bereid zijn aandeelhoudersrol hiertoe in te zetten?
Antwoord Via de reguliere aandeelhoudersdocumenten toetst het college de milieuaspecten met betrekking tot HVC, waaronder emissies van PFAS en andere schadelijke stoffen, zoals broeikasgassen. Deze dienen zoveel mogelijk te worden beperkt en waar mogelijk volledig te worden voorkomen. Via de lopende lokale en regionale contacten brengt het dit nadrukkelijk onder de aandacht en stimuleert het college HVC om te blijven inzetten op verdere emissiebeperking en innovatie.
Daarnaast staat het college hierover in contact met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, die toeziet op de naleving van de geldende wet- en regelgeving en op de jaarlijkse toetsing van de actualiteit van de milieuvergunning van HVC, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 13.
Vraag 15. Welke maatregelen is het college bereid te nemen, in samenwerking met HVC, om zorg te dragen voor ‘nul uit de pijp’ bij de AVI?
Antwoord Zie hiervoor de beantwoording van vraag 14.
Vraag 16. Is het college bekend met de ambitie van HVC om een CO2-afvanginstallatie te realiseren bij haar AVI?
Antwoord Ja, het college is hiervan op de hoogte.
Vraag 17. Vindt het college de afvang en opslag van CO2 een goede manier om te werken aan een klimaatneutrale gemeente? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Het college wil de uitstoot van broeikasgassen zoveel als mogelijk voorkomen om klimaatneutraal te zijn in 2040. Daar zijn dan ook alle maatregelen vanuit het programma Klimaatneutraal 2040 op gericht. Echter, bepaalde uitstoot, zoals die van een afvalverbrandingsinstallatie is (nog) niet te voorkomen. Het afvangen en opslaan of gebruiken van CO2 is in zo'n specifiek geval een maatregel die daarmee bijdraagt aan de klimaatambitie van de stad. Uiteraard zetten we als gemeente en HVC in op steeds beter afval scheiden zodat er steeds minder afval verbrand hoeft te worden. Daarnaast moeten we gezamenlijk minder afval gaan produceren.
Vraag 18. Welke risico’s ziet het college in de afvang en opslag van CO2? Op welke manier weegt het college deze risico’s mee in zijn oordeel over deze maatregel?
Antwoord De afvang en opslag van CO₂ vinden plaats binnen de geldende wet- en regelgeving en voldoen aan de geldende vergunningseisen. Zolang aan deze eisen wordt voldaan en toezicht en handhaving plaatsvinden door de OZHZ, acht het college de risico’s beheersbaar en aanvaardbaar.
Vraag 19. Heeft het college een formele rol in de vergunningverlening van de door HVC beoogde CO2-afvanginstallatie? Zo ja, welke? Ziet het college hier mogelijk strijdige belangen met de rol van het college als aandeelhouder van
HVC?
Antwoord De Provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag en is formeel gezien de vergunningverlener in deze casus. De OZHZ is de uitvoerende partij in het vergunningsproces. Zij toetsen op basis van allerlei criteria of de aanvraag past binnen de gestelde kaders. Als dit zo is, dan wordt de vergunning verleend. De gemeente Dordrecht heeft dus geen formele rol in de vergunningverlening.
Vraag 20. Is het college voorstander van ‘nul uit de pijp’, ook bij afgevangen CO2 uit de AVI?
Antwoord Het college is voorstander van het streven naar ‘nul uit de pijp’, ook bij de afvang van CO₂ uit de afvalverbrandingsinstallatie. Dit betekent dat het college het van belang acht dat het afvangproces zodanig wordt ingericht dat ongewenste emissies naar de leefomgeving zoveel mogelijk worden voorkomen. HVC heeft bevestigd dat de installatie voldoet aan de geldende vergunningseisen.
Vraag 21. Voor welke toepassingen zal de CO2 worden gebruikt? Wordt deze bijvoorbeeld ingezet in de tuinbouw?
Antwoord De keuze voor de toepassing van afgevangen CO₂ ligt bij HVC als initiatiefnemer van het project.
In algemene zin bestaan er twee hoofdopties voor afgevangen CO₂:
1) Ondergrondse opslag (Carbon Capture and Storage – CCS), bijvoorbeeld in lege gasvelden onder de Noordzee, zoals binnen het Porthos-project.
2) Hergebruik (Carbon Capture and Utilisation – CCU), onder andere als groeigas in de glastuinbouw.
Voor Dordrecht is gekozen voor Carbon Capture and Storage (CCS). Deze keuze is mede ingegeven door het feit dat de markt voor CO₂-afzet in de glastuinbouw momenteel grotendeels verzadigd is. Er zijn reeds meerdere CO₂-afvanginstallaties operationeel of in vergevorderde staat van realisatie die deze markt bedienen. Daarnaast ligt Dordrecht geografisch gezien niet nabij een cluster van glastuinbouwbedrijven en ontbreekt directe aansluiting op bestaande CO₂-infrastructuur voor de tuinbouw, zoals de OCAP-leiding tussen Amsterdam en Rotterdam die wordt gebruikt voor de levering van CO₂ aan tuinders. Het aanleggen van nieuwe infrastructuur hiervoor zou aanzienlijke extra investeringen vergen. HVC heeft inmiddels een nieuwe openbare aanbesteding uitgeschreven voor de selectie van een partij die verantwoordelijk zal zijn voor het transport en de ondergrondse opslag van de afgevangen CO₂.
Vraag 22. Welke zuiveringstechnieken worden ingezet om te garanderen dat de afgevangen CO2 vrij is van PFAS?
Antwoord Het college beschikt op dit moment niet over nadere informatie hierover. Deze vraag is daarom voorgelegd aan HVC.
HVC geeft aan dat de nieuw te bouwen CO₂-afvanginstallatie geen aanvullende zuiveringstechnieken met zich meebrengt. De emissies worden gemeten conform de geldende wet- en regelgeving, waarbij wordt gehandeld in afstemming met de OZHZ.
Vraag 23. Waar blijft de PFAS na zuivering van de afgevangen CO2?
Antwoord Zie hiervoor de beantwoording van vraag 22.
Vraag 24. Op welke manier wordt gemeten of geborgd dat dit inderdaad wordt behaald? Zijn de gebruikte technieken in staat om het gehele spectrum aan relevante PFAS te detecteren? Aan welke eisen moet de gewonnen CO2 hierbij voldoen?
Antwoord Zie hiervoor de beantwoording van vraag 22.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Het college van Burgemeester en Wethouders
C.H.W.M. Post N. Mol
secretaris burgemeester